
06/10 – 3/11
We zijn voortdurend aan het voortborduren op de nalatenschappen van de verschillende verledens die elkaar doorkruisen, versterken, afzwakken en veranderen. Door de doorgegeven kennis en worden niet alleen wij, de mens, maar ook de natuur telkens gevormd en hervormd.

Het Stookhuisje zelf symboliseert de verstrengelingen van mens en natuur ook, omdat het vroeger werd gebruikt om de kassen van de Tuinbouwschool te verwarmen, zodat leerlingen het hele jaar door bepaalde planten en bloemen konden kweken. Één van de overleveringen van die tijd is de grote kluwen van druiventakken die uit de oude kassen zijn gehaald en nu rond slingeren door het Stookhuisje heen. Aan en rond deze takken hangen weer andere zaden en planten uit de tuinen, die langzaam zullen verwelken en verkleuren, maar in een ander tempo dan als we ze in de tuinen hadden gelaten.

In het midden van het huisje staat een oud schoolbankje van het ‘kolonieschooltje’, een zeer tastbaar stuk uit het verleden van Frederiksoord. Op het bankje liggen een oud antropologisch boek over volkenkunde naast een stuk papier of een lei gecreëerd van aan elkaar plakkende zaden. Een juxtapositie tussen het boek gemaakt van natuur, en de natuur omgevormd tot papier. Het construct van “natuur” is iets dat we als mens hebben gevormd, blijven vormen maar daardoor ook kunnen hervormen en omvormen…

De oude boeken drukken met hun gewicht letterlijk en figuurlijk op de bladeren die onder ze liggen, en drukken een stempel op deze natuur. Welke herinneringen zijn er overgebleven door de (natuur) educatie? En even belangrijk: welke representaties van de natuur zijn er (on)zichtbaar gemaakt en waarom?

Nu zijn het Stookhuisje en de oude school in verval, terwijl de geschiedenis zichzelf voortbeweegt en blijft vermengen met het heden en de toekomst: na deze eerste tuinbouwschool zijn er steeds meer gebouwd in Nederland en overal ter wereld, om kennis door te geven aan elkaar over de “juiste” zorg voor natuurlijke landschappen.